Geschiedenis

Het Broederschapshuis: broedplaats voor een nieuwe mensengemeenschap 

Bilthoven als centrum van geestelijk leven en de nooit-meer-oorlog-beweging

In de 20-er jaren van de vorige eeuw had Bilthoven een grote aantrekkingskracht op mensen met belangstelling voor het geestelijke leven en voor kunst en cultuur. Velen kwamen mede om die reden hier wonen. Het – veelal religieus geïnspireerde – geloof in ‘de nieuwe mens’ die de wereld zou hervormen en een nieuwe oorlog voorkomen, was onder hen wijdverbreid. Zo richtte architect Georg van Heukelom in 1923 de Woudkapel op “ter verbreiding van het godsdienstige en vrijzinnige gedachtengoed” en zijn huis Woudzang werd “een trefpunt voor filosofen, musici, predikanten en kunstenaars”. Componist Julius Röntgen ging in het door zijn zoon Frans ontworpen en in 1924 gebouwde Huize Gaudeamus wonen. De beroemde astrofysicus, grondlegger van de natuurkundedidactiek in Nederland en antimilitarist Marcel Minnaert liet in 1920 aan de Parklaan 88 een huis bouwen.

Kees en Betty Boeke waren hier al eerder komen wonen: in de zomer van 1918 kochten zij ‘Het Boschhuis’ aan de Nic. Beetslaan 7 (tegenwoordig 19). Dit beantwoordde aan hun “droom van een plaats, centraal gelegen en gemakkelijk te bereiken uit alle delen van het land en ook vanuit het buitenland, waar na de oorlog nationale en internationale conferenties gehouden konden worden – een plaats die een centrum voor vredeswerk zou zijn.” Vanuit die droom hebben zij in de daaropvolgende jaren talloze activiteiten ondernomen die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan het geestelijke en culturele leven en bovendien van Bilthoven een centrum van de christen-pacifistische en antimilitaristische beweging hebben gemaakt. Daarnaast waren er allerlei initiatieven om maatschappelijk onrecht tegen te gaan. De Bilthovense Beweging streefde naar nieuwe gemeenschapsvormen. In het licht van deze tijd moet ook de betekenis en het belang van Het Broederschapshuis gezien worden. 

Van Boschhuis naar Broederschapshuis

In Het Boschhuis vonden de eerste nooit-meer-oorlog-bijeenkomsten plaats en ontstond eind 1918 – op de eerste internationale conferentie – De Broederschap in Christus. Deze nieuwe broederschap trok ten strijde tegen maatschappelijk onrecht, vooral tegen het militarisme: de basis werd hiermee gelegd voor ‘de nooit-meer-oorlog-beweging’. In 1919 werd ook de Christelijke Internationale opgericht en in de zomermaanden van 1919 werden op de zandheuvels achter Het Boschhuis ‘hagepreken’ gehouden, waar sprekers van naam het woord voerden. 

De snelle groei van deze beweging maakte dat er meer ruimte nodig was. Kees en Betty Boeke kochten daartoe voor 5.940 gulden een aan Het Boschhuis grenzend terrein – op de hoek van de Sweelincklaan en de Beetslaan – om er een Conferentiehuis te bouwen. Het eerste plan “tot het plaatsen van een houten gebouw voor bijeenkomsten” dat Kees Boeke bij de gemeente indiende werd afgewezen. Een nieuw plan werd wel goedgekeurd. De architect was C. de Haan uit Utrecht. De bouwvergunning werd aan C. Boeke verleend op 26 juni 1919. De mede door Kees Boeke opgerichte Utrechtse Bouw Associatie (UBA) was na het ontwerp ook verantwoordelijk voor de bouw. De uitvoerder was C. van Doorn, ook uit Utrecht. De eerste steen werd op 10 augustus 1919 gelegd. Alles zou zo eenvoudig mogelijk gehouden worden. Er kwam een ruime keuken en een flinke vergaderzaal, gemeenschappelijke slaapzalen (een soort ‘kampement onder een dak’) en erbij een woonhuis voor een conciërge. 

Solidariteit en gelijkheid zou niet alleen in de naam van dit Conferentiehuis naar voren komen, maar was al het uitgangspunt bij de bouw. De grondslag van de UBA was dat het loon naar behoefte (grootte van het gezin e.d.) bepaald zou worden. Alle leden, de architect en de bouwvakarbeiders, accepteerden deze regeling. Omdat het huis ook zou moeten gaan bijdragen aan de wereldwijde solidariteit werd het ‘Het Broederschapshuis’ genoemd. Boven de ingang werd een tekst gemetseld: “Een is uw meester, namelijk Christus en gij zijt allen broeders.” Voorjaar 1920 werd het als Conferentiehuis in gebruik genomen.

Conferenties en activiteiten van allerlei aard

De bakermat voor de Europese nooit-meer-oorlog-beweging

De Broederschap in Christus en de Christelijke Internationale onder leiding van Kees Boeke hielden vanaf die tijd hun conferenties in Het Broederschapshuis en wisten zo deze christen-pacifistische beweging uit te breiden.  

In 1920 vond de vredesconferentie plaats waarbij het idee van de Service Civile International (SCI) ontstond: een vrije keuze voor vrijwilligerswerk in plaats van militaire dienst. Daarmee zou het ‘dienstweigeren’ met de verplichte vervangende dienstplicht – waarbij de overheid een rol speelt – komen te vervallen. Kees en Betty Boeke waren er fel op tegen dat een dienstweigeraar zich voor de overheid zou moeten verantwoorden. 

De Nederlandse afdeling van SCI werd de Internationale Vrijwillige Hulpdienst. Toen dit idee door de overheid niet werd overgenomen hadden de dienstweigeraars geen andere keuze dan totaal te weigeren. Zij werden de ‘Totaalweigeraars’ genoemd en gingen de gevangenis in. 

In 1921 werd op een volgende vredesconferentie een nieuwe internationale beweging in het leven geroepen: Paco (het Esperanto-woord voor vrede). Al gauw werd dit bekend als de War Resisters International (WRI), de anti-militaristische beweging, die bekend werd van het ‘gebroken geweertje’. Deze beweging bestaat inmiddels meer dan 100 jaar.

In de daaropvolgende jaren vonden er vele conferenties plaats ter bevordering van de wereldvrede. Helaas heeft dat uiteindelijk een Tweede Wereldoorlog niet kunnen voorkomen. In september 1939 zou de jaarlijks door de Boeke Trust in Engeland georganiseerde conferentie “voor vertegenwoordigers van vredesorganisaties en vakbonden uit allerlei landen in Het Broederschapshuis plaats vinden. Deze zou over opvoeding voor de vrede gaan en Kees zou deze keer de conferentie leiden. Door de Duitse aanval op Polen en het vervolgens uitbreken van de 2e Wereldoorlog kon deze conferentie niet doorgaan. 

Pedagogische Conferenties 

Er waren in de jaren 1920-1925 vier pedagogische conferenties in Het Broederschapshuis. Daarnaast was er in 1923 een “Opvoedersdag” en ook nog een internationale conferentie, waar prof. F.A. Lewitin uit Moskou een lezing hield over zijn arbeidsschool in het Erkaterinsky Instituut. Deze conferenties werden bijgewoond door mensen van naam en faam in het Nederlandse onderwijsland, zoals Suus Freudenthal en Marcel Minnaert. 

Opvoeding en onderwijs stond in het middelpunt van de belangstelling. Er was in Europa een brede ‘Reform’-beweging. De bijeenkomsten in Het Broederschapshuis hebben daar een belangrijke rol in gespeeld en een wezenlijke bijdrage aan geleverd. Maar ook dichterbij huis is het van belang geweest. Door deze conferenties en andere bijeenkomsten, ging Kees Boeke steeds meer het verband zien tussen de opvoeding en de (opbouw van een vreedzame) samenleving: voor het door hem gewenste gemeenschapsleven was een zekere ontwikkelingsgang nodig. Hij ging inzien dat dit met volwassen mensen, opgegroeid en gevormd in de ‘oude maatschappij’ niet zomaar een nieuwe samenleving kan worden opgebouwd, maar dat het nodig is met kinderen te beginnen. Hiermee was met deze bijeenkomsten in Het Broederschapshuis de basis voor de (inrichting en werkwijze van) De Werkplaats gelegd, het schooltje dat Kees Boeke in januari 1926 in een huiskamer aan de Van der Helstlaan 6 begon. 

In de eerste jaren na de start van De Werkplaats hebben er geen Pedagogische Conferenties in het Broederschapshuis plaatsgevonden. De start van de nieuwe school vergde alle tijd en aandacht. Er was ook direct belangstelling: er kwamen artikelen in de krant en Kees werd gevraagd gevraagd om De Werkplaats te presenteren op de grote Historische Onderwijstentoonstelling van 1927 in het Stedelijk Museum in Amsterdam. 

Direct nadat het nieuwe Werkplaatsgebouw in 1929 in gebruik was genomen, werd in het Broederschapshuis de eerste Werkplaatsconferentie gehouden. In de daaropvolgende jaren zouden er nog meer plaatsvinden. Terwijl de eerste Pedagogische Conferenties in de 20-er jaren bedoeld waren om in brede kring na te denken en ideeën uit te wisselen over de nieuwe opvoeding en het nieuwe onderwijs, waren deze Werkplaatsconferenties bedoeld om deelnemers te laten kennis maken met het onderwijs op De Werkplaats, mee te denken over de verdere vormgeving en verbetering ervan en van gedachten te wisselen hoe andere scholen (onderdelen van) de werkwijze op De Werkplaats zouden kunnen overnemen. Kees Boeke schreef hiervoor in 1934 ook het boek Kindergemeenschap. Zo is ook de IVO-beweging (IVO: Individueel Voortgezet Onderwijs) met verschillende IVO-scholen ontstaan. 

Toen de uitbreiding van het Werkplaatsgebouw met een Grote Zaal in 1935 gereed was, had De Werkplaats veel minder behoefte om gebruik te maken van de vergaderzaal van Het Broederschapshuis. De overnachting van de conferentiedeelnemers vond daar nog wel plaats.  

De opbouw van een ideale samenleving vanuit gemeenschappen van kinderen zou volgens Kees Boeke ook moeten plaatsvinden over de landsgrenzen heen. Dat idee had hij al in 1934 in Kindergemeenschapvermeld en hij heeft het in de jaren daarna uitgewerkt en op internationale conferenties gepropageerd. In 1937 werd de ‘International Children’s Community’ opgericht. Het opvoeden tot wereldburger zou centraal staan. 

De Bilthovense Beweging

Ook op een andere manier waren activiteiten vanuit Het Broederschapshuis van betekenis voor de lokale gemeenschap. Kees Boeke had het idee dat een nieuwe wereldordening bereikt zou worden door de staat met zijn staatsdwang en het parlementaire systeem – dat de meerderheid de macht gaf over de minderheid – af te wijzen en te kiezen voor een opbouw van de ideale samenleving vanuit kleine gemeenschappen zonder hiërarchie en autoriteit. Iedereen had er evenveel recht van spreken en besluiten werden – zoals bij de Quakers – unaniem door de ‘gemeenschap’ genomen. Kees nam het initiatief voor de Bilthovense Beweging met de Gemeenschapsleiding Bilthoven en in 1922 richtte hij het Gemeenschapsblad op. De redactie was een gemeenschappelijke taak en het blad werd huis-aan-huis verspreid en bestond met name uit berichten over maatschappelijke en vredesactiviteiten, maar ook uit gewoon lokaal nieuws en advertenties. Vanuit deze beweging – die werkte en haar activiteiten ondernam in en vanuit Het Broederschapshuis – werd onder andere actie ondernomen om de krotwoningen op het Jodendom (daar waar tegenwoordig de Kwinkelier ligt) af te breken en nieuwe huizen te bouwen. Maar beweging en blad leidden in de Bilthovense gemeenschap niet tot verdergaande actie en ook door deze ervaring was Kees gaan inzien dat het opbouwen van een nieuwe vreedzame samenleving alleen kans van slagen had, als begonnen werd met opvoeding en onderwijs. 

Humanitaire acties 

Het Broederschapshuis was ook de uitvalsbasis voor nationale en internationale hulpacties in het eerste decennium van haar bestaan. Er waren acties voor de slachtoffers van de hongernood in Rusland, de naoorlogse crisis in Duitsland en de aardbeving in Japan, maar ook werd langs de boeren gegaan voor ‘overtollige veldproducten’, die vervolgens verdeeld werden onder de armen.

Tegenwerking van autoriteiten en pers

Het Broederschapshuis was een ‘broedplaats’ van bewegingen en activiteiten die door de gevestigde orde als een bedreiging gezien werden. Het was daarom ook niet vreemd dat dit verschillende tegenreacties opriep. Allereerst van de autoriteiten: er werd zelfs door de geheime politie een spion (Henk Elshout) op afgestuurd om Kees en Betty in de gaten te houden. Maar deze werd betrapt. Nadat er met hem gesproken was, had hij niet alleen spijt, maar deed in februari 1924 ook een publieke bekentenis. Door Kees werden zijn daden vergeven en werd hij beschermd, maar dit was tegen de zin van anderen uit de omgeving van Kees. Die waren niet zo vergevingsgezind.  

Maar ook de pers roerde zich. Tijdens één van de activiteiten tegen de komende verkiezingen ontstonden er bij Het Broederschapshuis ernstige ongeregeldheden, nadat door één van de radicalere aanwezigen (de latere medewerker en verzetsheld Joop Westerweel) een stembus in brand gestoken was. Door het Utrechts Nieuwsblad werd dit als bewijs gezien dat er ‘in die kringen’ veel gebeurde dat het daglicht niet verdroeg. Toen een medewerker van Het Broederschapshuis beschuldigd werd van ontucht, werd ook dit – in de krant van 22 april 1924 – gezien als bewijs van losbandigheid en van een gevaarlijke omgeving, met name omdat Kees Boeke naar de medewerker vergevingsgezind mee omging: hij gaf hem een nieuwe kans. 

Stichting Het Broederschapshuis

Kees en Betty gingen in hun solidariteit zo ver dat zij privébezit afzweerden en zelfs afzagen van het privé-inkomen en vermogen dat Betty Cadbury als dochter van één van de grote chocoladefabrikanten in Engeland had. Ook Het Boschhuis en Het Broederschapshuis werden door hen ‘weggegeven’ aan een zogeheten huizencommissie van de ‘Quakers’. Dit kon niet voorkomen dat de Belastingdienst het gezin Boeke de rekening presenteerde voor de onroerend goed belasting. Ook weigerde Kees de ‘weerbaarheidsbelasting’ te betalen, omdat deze gebruikt zou worden voor de aanschaf van wapens en daarmee de voorbereiding op een nieuwe oorlog. De hierdoor ontstane belastingschulden leidden in 1923 tot het faillissement van de Boekes. Als gevolg daarvan zouden Het Boschhuis en Het Broederschapshuis geveild worden. De net opgerichte Boeke Trust – waarin op initiatief van de familie van Betty het voormalige privévermogen van Betty was ondergebracht – heeft Het Boschhuis gekocht voor 13.150 gulden, zodat het gezin Boeke er nog kon blijven wonen. Het Broederschapshuis werd voor 31.850 gulden verkocht aan de Stichting Het Broederschapshuis die werd bestuurd door vrienden van Kees en Betty, o.a. Juul ter Beek. 

Juul ter Beek

Juul ter Beek was directeur van de Gero-fabriek in Zeist. In 1923 had hij kennis gemaakt met Kees en Betty Boeke en de bijzondere wereld waarin zij verkeerden. De echtparen ter Beek en Boeke raakten met elkaar bevriend. Toen de Boeke Trust een vertrouwenspersoon zocht die namens hen in Nederland de zaken kon regelen, was het logisch dat Juul ter Beek daarvoor gevraagd werd. Hij deed dit werk vrijwillig en daarnaast nam hij in zijn vrije tijd ook het beheer van Het Broederschapshuis op zich. En zelfs meer dan dat: hij was er ook gedurende lange tijd de gastheer, deed de administratie en ook het beheer van de eigen uitgeverij. Bijna negentig titels had het fonds; voornamelijk brochures, waarvoor naar draagkracht werd betaald. Aan de verscheidenheid van onderwerpen wordt duidelijk waarmee men zich in Het Broederschapshuis in het Interbellum bezighield: het militarisme, ontwapening, opvoedkundige problemen, kunst, het bolsjewisme, doopsgezinde gemeenten in Rusland, christenanarchisme, christensocialisme, dienstweigeren, de vrouw, de hervorming van het krankzinnigenstelsel, de voeding van de vegetariër. 

Het was dan ook niet vreemd dat de Boeke Trust Het Boschhuis graag aan Juul wilde verhuren, toen hij voorjaar 1930 te kennen had gegeven er zelf te willen gaan wonen. Het zou zijn werk voor de Trust en met name in Het Broederschapshuis gemakkelijker maken. Het was ook een ideale woning voor zijn gezin. 

Het Boschhuis stond al een aantal jaren leeg, was in verval en met hekken afgezet, nadat Kees en Betty het in 1926 hadden verlaten. Zij hadden al eerder de begane grond ter beschikking gesteld voor een leeszaal en kantoor-/vergaderruimte. Maar in de jaren daarna werd het hele huis steeds meer in beslag genomen door allerlei volk, en niet allemaal met goede bedoelingen. Kees en Betty besloten daarom er zelf uit te trekken en in tenten op de Biltse Duinen te gaan wonen. Toen het in de winter niet meer verantwoord was om daar langer te verblijven, heeft de halfbroer van Betty geregeld dat het gezin met acht kinderen één van de huizen kreeg in het Jodendom, die een paar jaar eerder door de UBA waren gebouwd. En weer een paar jaar later verhuisde het gezin naar de Hobbemalaan, waar voor hen met geld van de Trust een huis was gebouwd. Omdat er daarnaast ook een schoolgebouw kwam, waarin Kees zijn idealen van de Kindergemeenschap verder kon verwezenlijken, was hij met deze regeling akkoord gegaan.

Toen Juul in Bilthoven kwam wonen, had hij al de nodige jaren een groot deel van de zorg voor Het Broederschapshuis op zich genomen. Daarmee zorgde hij dat Kees Boeke zich op de inhoud van het programma en op de organisatie van de activiteiten kon richten. Juul genoot van zijn werk in Het Broederschapshuis. Hij wist zich er altijd omringd door gasten uit binnen- en buitenland: dienstweigeraars, vredesactivisten, geheelonthouders, veganisten, atheïsten, theologen, idealisten, sektaristen, doopsgezinden, hervormden, quakers, zendelingen, wetenschappers en kunstenaars; maar in de latere jaren was er ook voor mensen die overwerkt waren of van de alcohol af wilden komen ruimte om te herstellen. Er werd muziek gemaakt en gezongen uit de Broederschapsbundel met liederen, door Kees Boeke was samengesteld. 

Vakantiehuis van de Doopsgezinde Gemeente

Het Broederschapshuis werd in 1937 aangekocht door de Doopsgezinde Kring Bilthoven, als vakantiehuis voor de leden van de Doopsgezinde Kring. In 1938 werd het daartoe verbouwd en uitgebreid. De leiding kwam in handen van een bestuur, samengesteld uit de kerkenraden van de doopsgezinde gemeenten van Amsterdam en Utrecht. Juul ter Beek bleef beheerder. Hij werkte in die tijd veel samen met de doopsgezinde predikant Tjeerd Hylkema. Vele mensen uit Doopsgezinde Kring hebben er in de tientallen jaren dat het een vakantiehuis was een fijne tijd doorgebracht en natuurlijk ook een mooie ansichtkaart met een foto van Het Broederschapshuis erop naar huis gestuurd. Veel van die kaarten zijn nu nog op internet te zien en te koop en in het boek De Bilt-Bilthoven in oude prentbriefkaarten ansichtkaarten zijn 55 kaarten van Het Broederschapshuis opgenomen. 

Maar al snel kreeg het huis naast de Doopsgezinde vakantiegangers ook heel andere gasten. Na de Kristallnacht in Duitsland in de nacht van 9 op 10 november 1938 werden er vele Joodse vluchtelingen opgevangen, vooral via het Protestants Hulpcomité voor uitgewekenen om ras of geloof. Predikanten van Joodse afkomst, maar ook Joodse wetenschappers, zoals de bekende professor Goldschmitt en kinderarts en onderzoeker Frits Demuth met zijn gezin, en een groep ontheemden uit Wenen kregen er onderdak en steun. Het Broederschapshuis was voor velen een schuilplaats in de nazi-storm. Eén van de gasten beschreef in een gedicht wat het opvanghuis voor ontheemden betekende. Ze vonden er warmte, veiligheid, hoop. Hij vroeg God hun in de donkere dagen tot steun te zijn nu Hij hen in een vreemd land had gebracht. Het gedicht werd op een briefkaart afgedrukt. De beginletters vormden de naam van het huis waar ze zich veilig wisten: BROEDERSCHAPSHUIS. Die veiligheid was helaas van korte duur. De meeste joodse gasten werden voor het uitbreken van de oorlog door de overheid gedwongen naar het vluchtelingenkamp Westerbork te verhuizen. Sommigen hadden kans gezien naar Engeland of de Verenigde Staten te emigreren of een enkeling vond een eigen woning, voor zo lang het duurde.

Juul ter Beek en ook andere medewerkers waren er avonden lang tot laat om de verschrikkelijke verhalen van de Joodse vluchtelingen te aanhoren en hen te steunen. Ds. Willem Mesdag (1896 – 1975) was in de zomer van 1939 actief betrokken bij de opvang van Joodse vluchtelingen in Het Broederschapshuis, terwijl hij predikant in Sneek was. In de oorlog hielp hij daar Joden om onder te duiken.

Accountantskantoor

In 1975 werd Het Broederschapshuis verkocht aan de accountantsmaatschap Dijker en Doornbos. Er hoefde geen wijziging te worden aangebracht in de bestemming, aangezien kantoorgebouwen ook als bijzondere gebouwen werden aangemerkt. 

In diezelfde tijd werd het eerste schoolgebouw van De Werkplaats aan de Frans Halslaan 68 verkocht. Na de nieuwbouw die in 1969 op de Kees Boekelaan in gebruik werd genomen, was het voor het onderwijs niet meer nodig. Maar bij de verkoop aan de gemeente hebben de familie Boeke en De Werkplaats zich er hard voor gemaakt dat het alleen gebruikt zou worden voor culturele en maatschappelijke doelen en dat de oorspronkelijk staat behouden zou blijven. Uiteindelijk heeft het ook de status van gemeentelijk monument gekregen. 

Het Broederschapshuis was in die tijd bij de familie Boeke en De Werkplaats al veel langer uit beeld en het was ook geen eigendom meer. Daardoor is er van die kant bij de verkoop in 1975 niet eenzelfde actie ondernomen als met voormalige Werkplaatsgebouw en heeft het nooit de status van gemeentelijk monument gekregen. Nu is de kans om dit gebouw – gelet op de betekenis voor de geschiedenis van Bilthoven en de belangrijke rol die Kees en Betty Boeke daarin gespeeld hebben – alsnog die erkenning en status te geven.  

De betekenis van Het Broederschapshuis  

  1. Het Broederschapshuis was in het Interbellum een belangrijk centrum van de christen-pacifistische beweging en de bakermat van de Europese nooit-meer-oorlog-beweging.
  2. De beweging voor de vernieuwing van opvoeding en onderwijs heeft door de conferenties in Het Broederschapshuis een belangrijke rol in het Nederlandse onderwijs kunnen spelen en mede door deze bijeenkomsten is het fundament voor opvoeding en onderwijs op De Werkplaats gelegd. Vervolgens heeft deze werkwijze door de in het Broederschapshuis gehouden Werkplaatsconferenties verdere bekendheid gekregen. 
  3. De Bilthovense Beweging met de Gemeenschapsleiding en het Gemeenschapsblad had zijn basis in Het Broederschapshuis. 
  4. Vanuit Het Broederschapshuis werden in het eerste decennium van haar bestaan vele humanitaire acties georganiseerd en aan het eind van het tweede decennium was het huis een veilige haven voor vele joodse vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk. 
  5. Het Broederschapshuis was jarenlang een geliefd vakantieoord voor leden van de Doopsgezinde Gemeenschap in Nederland. 

Het Broederschapshuis is hiermee een gebouw dat door haar geschiedenis van algemeen belang is. Het staat symbool voor een politiek-maatschappelijke en cultuur-historische belangwekkende periode, niet alleen in de geschiedenis van Bilthoven, maar ook nationaal en internationaal. Het was jarenlang een broedplaats voor politiek-maatschappelijke bewegingen die niet alleen in Bilthoven, maar ver daarbuiten van grote invloed zijn geweest. Het is daarom van belang dat Het Broederschapshuis de status van gemeentelijk monument krijgt om deze geschiedenis te kunnen blijven vertellen en doorgeven aan volgende generaties. 

Het Broederschapshuis mag niet ontbreken in de ‘Kees en Betty Boeke en De Werkplaats wandel- en fietsroute door Bilthoven’ die ik wil maken, waarin aan de hand van verschillende gebouwen – zoals Het Boschhuis, de oude Werkplaats, de Woudkapel en Huize Gaudeamus – de geschiedenis van Kees en Betty Boeke en hun betekenis voor Bilthoven tegen de achtergrond van het bredere historische verhaal verteld wordt. 

Bilthoven, 24 juni 2023

Jos Heuer


Ik heb voor dit rapport gebruik gemaakt van de volgende bronnen:

  • Boeke – Cadbury, Betty, Het leven van Kees Boeke, Heruitgave Stichting De Bron, Bilthoven, 2003
  • Boeke, Kees, Kindergemeenschap, heruitgave van oorspronkelijke boek uit 1934, Klaas Woudt B.V., Zaandijk, 
  • Broekema, Pauline, Het Boschhuis, De Arbeiderspers, Utrecht, 2014
  • Bunt, Henk van de, Biltse voorgangers hielpen WOII-vluchtelingen, Artikel in de Vierklank, website, 6 januari 2022
  • Heuer, Jos en Willems, Henk, De Tiendesprongen, reizen in ruimte, tijd en snelheid, een baanbrekend idee van Kees Boeke, WalburgPers, Zutphen, 2021
  • Hooghiemstra, Daniela, De geest in dit huis is liefderijk, Het leven en De Werkplaats van Kees Boeke (1884-1996), De Arbeiderspers, Utrecht, 2013
  • Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Amsterdam, Archief Kees Boeke, inv. nr. 417
  • Kuipers, Hans-Jan, De Wereld als Werkplaats, Stichting Beheer IISG, Amsterdam, 1992
  • Online Museum De Bilt, teksten over Het Broederschapshuis en Kees en Betty Boeke
  • Rawson, Wyatt, Aan Kees Boeke, Muusses Purmerend, maart 1956
  • Website Historische Kring, teksten over Het Broederschapshuis en Kees en Betty Boeke